
|
Kasteeel Cronenburgh te
Castricum
De geschriften over het
leven en wonderen van Sint Adelbertus hiervan zijn zelfs de oudste
bekend. In de winter van 1091 -
1105, toen het water zo hoog stonddat de welgestelden van Castricum
gewapenderhand de dijken door wilden steken bij de Abdij. Dit omdat het
hele dorp gevaar liep en de huizen en akkers zouden overstromen. Broeder Adallart volgde in 1105 Abt Stevens op als Abt van Egmond. De vader van Adallart was Adalard van Haerlem, zijn broer was Galo van Haerlem. De Castricumse hoofdmannen waren dus verwant aan het geslacht van Haerlem. Een eeuw later zou een van de voornaamste edelen van Kennemerland het kasteel Cronenburgh bouwen. Naast de adelijke familie
van Haerlem, zou er ook een adelijke falmilie van Kastricum zijn,
getuige het huwelijk tussen Sifridus (Sicco of Sivaart) zoon van de 3e
Graaf van Holland Arnulf (988-993), met Tetburg van Kastricum. Ook werd er melding gedaan van een zekere Heer Bruno van Kastricum, die in 1118? in de strijd van Graaf Floris ll ( 1091 - 1121 ) met vele Hollandse edelen verslagen werden nabij Schoorl door de West-Friezen. Schrijver C. Bruin van een
zeer belangrijk boekwerk uit 1732 "de Nederlandsche en Kleefse oudeheden"
kiest een ander jaartaldat Bruno werd gedood, namelijk 1165. De strijd
tegen de West-Friezen was niet in 1118 maar in 1168. Dit zijn de donkere dagen van de middeleeuwen, in de archieven is niets te vinden, wat we wel vinden staat in Zegepralend Kennemerlant, staat dat Meinard van Kastricum voor 1124 werd genoemd in verband met betalingen aan de monniken van de Abdij van Egemond. Welke betalingen en waarmee werd niet vermeld. Na het uitsterven van het
geslacht van Kastricum komt het kasteel in bezit van het geslacht van
Kronenburgh. Kronenburg of huis te Castricum Heer Simon van Haerlem, bouwde het huis op of nabij, of op de oude fundamenten het nieuwe huis te Castricum. Graaf Willem ll liet een linie van kastelen bouwen tegen de West-Friezen. In de 2e helft van de 13e eeuw ontstonden de volgende kastelen: Egmond, (oud) Haerlem nabij Assumburg, Huis te Heemskerk, en het huis te Castricum. Deze Simon van Haerlem was een belangrijk man in Kennemerland. Naast slotheer van Haerlem bij Heemskerk, leenheer van Merestein, bouwheer van Castricum, en hij was in 1266 Baljuw van Kennemerland. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem die in 1317 overleed. Hierna kreeg Jan van Bergen
het kasteel via een erfenis in handen. Maar lang heeft hij er niet van
kunnen genieten, Jan overleed in 1321. Het kasteel kwam in handen van
Graaf Willem lll. Korte tijd later is het huis in handen van het adelijke geslacht van Polanen, die zich vaak Ambachtsheren van de Heerlijkheid van der Lecke noemen. Hoekse en Kabeljauwse twisten De geschiedenis en de aanleiding is een ieder bekend. maar wie bepaalde zijde koos is in de algemene geschiedenis vaak onbeantwoord gebleven. De meeste steden kozen vaak de zijde van Graaf Willem lV, en noemden zich kabeljauwen. Onder deze groep bevonden zich de steden Haarlem, Amsterdam, Alkmaar en de edelen van Egmond en Heemskerk. De Hoekse zijde, van Moeder Margaretha. Hierbij behoorden Beverwijk, edelen van Brederode, van Assendelft (Assumburg) en van Polanen. 1351, een ramjaar. Willem lV
versloeg tijdens een zeeslag bij Zwartewaal de scheepsmacht van zijn
moeder...... Hier wijst ook het
onderzoek, tijdens de de opgravingen nieuwe stenen moet zijn gebruikt en
gedateerd op 1400 - 1450. Jan van der Lecke gaf deze
goederen aan zijn broer Dirk, die gehuwd was met Gilla van Cralingen. In
de leen registers noemt zij zich vaak vrouwe van Castricum. De eerste vermelding vinden we In 1440 vraagt Hendrik aan zijn zwager Jan van der Lecke of hij zijn zoon Willem wil belenen met alle landen en huizen gelegen te Castricum, die hij tot dan toe zelf in leen heeft gehouden. In 1441 krijgt Willem van Cronenburgh van Jan van der Lecke in leen "huisinghe tot Castrichem, geheiten Cronenborg, miet alle sulke leenguede dair toe horende". Dit is de eerste keer dat
het huis Kronenburg werd genoemd. Onder Floris van Assendelft werd het fraaie maar verzwakte huis verwoest door de Spanjaarden, om nooit meer opgebouwd te worden, gelijk aan andere kastelen in Noord-Holland. Onder Mr. Lieve Geelvinck
(1676-1743), Heer van Castricum en Burgemeester an Amsterdam, is er
sprake van belangstelling naar de overblijfselen van Kronenburg.
Geelvink, eigenaar van het kasteel laat door erkend landmeter Rollerus
het kasteel opgraven en in kaart brengen. In 1740 tekent Stellingfwerf
een muurtje van 1 meter hoog, een jaar later is er niets meer over. Artikel over Cronenburg J.C. van Weenen blz 1 - 15. |
© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten voorbehouden